Villa Sandenhoef, Overveen

Bij de vernieuwing van het monument hebben we de cultuurhistorische waarden centraal gesteld. Oorspronkelijke gebouwonderdelen zijn teruggebracht en gewenste aanpassingen voor een betere leefbaarheid zijn gemaakt op voorstelbare plekken op basis van een zeer grondige analyse van de tijdslagen.

   

Terugbrengen en uitbreiden

Villa Sandenhoef is in 1915 ontworpen door de Amsterdamse architect H.A.J. Baanders in opdracht van dhr. F. Mollinger. Uit de redengevende beschrijving valt op te maken dat de villa van architectuurhistorisch belang is als “voorbeeld vanwege de manier waarop de invloeden uit de landelijke bouwkunst gemend zijn met meer architectonisch uitgewerkte motieven, zoals de uitgemetselde lamberkijns en vlechtingen binnen een hiërarchische gelede compositie. De villa is daarmee tevens van belang in het oeuvre van H.A.J. Baanders.”

Bestudering van de tekeningen en gesprekken met de vroegere bewoners heeft ons veel inzicht verschaft in de ontwerpgedachten en de overwegingen van architect Baanders en de verschillende tijdslagen die in het exterieur en het interieur aanwezig zijn. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van de Stadsarchief Amsterdam, Gemeentearchief Bloemendaal en het Rijksarchief voor Architectuur en Stedenbouw in Rotterdam.

Analyse en Ontwerptekeningen

Bij aanvang van het ontwerpproces is de huidige situatie vergeleken met de originele bouwtekeningen (zowel schetsplannen, bouwvergunnings- als bestekstekeningen) en foto’s van net na oplevering. Daaruit viel op te maken dat gebouwonderdelen van het exterieur als de entree en de maatvoering en verdeling van kozijnen een doorontwikkeling hebben gemaakt tijdens het ontwerp- en bouwproces. Tevens viel op te merken dat door de tijd heen modificaties hebben plaatsgevonden, onder andere bij de toegang tot de kelder aan de achterzijde. Meest in het oog springend ten opzichte van het oorspronkelijk ontwerp was het dichtzetten van het uitgebouwde balkon met overdekt terras aan de zuidzijde. In 1939 was een aanvraag ingediend voor de modificatie van het overdekte terras; op tekening vermeld als ‘warande’, grenzend aan de studeerkamer.

We hebben het oorspronkelijk ontwerp gereconstrueerd, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van de originele werktekeningen van architect H.A.J. Baanders uit het Stadsarchief Amsterdam. Daarbij is ook gekeken naar een hedendaagse, leesbare toevoeging bij de veranda. Dat is in de vorm van een stalen kozijn met openslaande, glazen deuren, waardoor de tuin fysieker bij de studeerkamer is betrokken. Eenzelfde wens bestond voor de keuken. Met de wens van de opdrachtgever om de daglichttoetreding te optimaliseren zijn beide dakramen in het zuidwestelijk dakvlak verbreed naar ontwerp van het origineel. Op de originele tekeningen en foto’s was tevens een nok met daklichten aan beide uiteinden van de dakkap te zien. Uit gesprekken met de vorige eigenaar kwam naar voren dat er brand in de nok zou hebben gehoed. Het oorspronkelijk ontwerp was destijds niet teruggebracht. De oorspronkelijke toestand is nu wel teruggebracht. Voortbouwend op de aanpassingen in het dakvlak is de rieten kap vernieuwd en geïsoleerd.

Interieur

Opdrachtgever:

 

 

“Zowel de geschiedenis als de toekomst induiken om een monumentaal pand hernieuwde allure te geven waar historie hand in hand gaat met hedendaags comfort … deze kunst verstaat Frederik als geen ander.”

Aanpassing van de plattegrond

De plattegrond kenmerkte zich door het onderscheid tussen dienst- en voor bewoning bedoelde vertrekken. Bewoners en personeel leefden hierbij gescheiden. De hal zorgde – zonder dienstpersoneel – voor een onwenselijke en onnodige tussenruimte in het gebruik tussen de eetkamer en de zitkamer. De deuren tussen beide kamers naar de hal waren als enkele en dichte elementen vormgegeven. We hebben de ruimten beter met elkaar verbonden. Een passend antwoord hebben wij gevonden in het erkennen van de bestaande hoogte van de deuren als kwaliteit (de intimiteit en leesbaarheid van de kamers blijft hierdoor voelbaar), gecombineerd met een betere relatie door het verbreden van de deursparing. De breedtemaat zijn overgenomen van de openslaande deuren tussen vestibule en hal. In het oorspronkelijke ontwerp waren zitkamer en studeerkamer met elkaar verbonden. Deze relatie is hersteld. Er is tevens gezocht om de relatie tussen keuken en eetkamer te versterken. De ontkoppeling tussen beide functies was zonder dienstpersoneel – net als bij de hal – onwenselijk. Een doorbraak heeft een fysieke verbinding gecreëerd, waarbij tevens het daglicht tussen tuin en kamers is versterkt (vergelijkbaar bij studeerkamer-zitkamer). Wanneer men de plattegrond in zijn geheel beschouwd is door de koppelingen eetkamer-dienkeuken, eetkamer-keuken, zitkamer-studeerkamer en zitkamer-veranda het beeld ontstaan van een ‘opengeslagen boek’, dus gespiegeld, waarbij de centrale as voelbaar wordt.
Sinds het begin van het ontwerpproces is gezocht naar een passende oplossing voor de keuken. De huidige keuken voldeed niet aan de huidige verwachting bij een huis van een dergelijke grootte. De ‘kookkeuken’ kenmerkte zich enkel door het kunnen koken door personeel. Daarnaast bood de huidige opstelling van originele kasten en draaiende delen onvoldoende ruimte voor het toevoegen van wenselijke elementen als een vaatwasser, ijskast, een oven op ooghoogte of een kookeiland. Er was een sterke wens voor het maken van een volwaardige leefkeuken, waarin onder andere ontbeten, gezamenlijk gekookt, voor- en na getafeld en geborreld kan worden. De vondst lag in het maken van een aanbouw. De keuken is zoveel mogelijk ‘geconserveerd’. De bestaande kasten zijn behouden en geïntegreerd in een nieuwe kastenwand. Aan de achtergevel zorgt de aanbouw voor de benodigde ruimte voor een volwaardige keuken. De doorbraak is binnen de breedte van het bestaande kozijn gemaakt. Door dit ontwerpvoorstel is de bestaande keuken veranderd tot een ‘tussenzone’, ondersteunend aan zowel de eetkamer als de nieuwe keuken. Hierdoor blijft men herinnerd aan het idee van een keuken als ondersteunende en ondergeschikte functie aan het wonen. In de vernieuwing van het monument is rekening gehouden met reversibiliteit, maar we hebben met de uiteindelijke realisatie gestreefd naar een versterking van het oorspronkelijk ontwerp en een verhoging van de functionele en ruimtelijke werking van het monument waar de combinatie van oud en nieuw samen is gevloeid.
     

Opdrachtgever: particulier  

 

Architectuur: Frederik Pöll Bureau voor Architectuur

Interieurontwerp: DOEN

 

Directievoering: Active Vastgoed

Uitvoering bouwkundig: Van der Wardt

Uitvoering interieur: DOEN

Installatietechniek: Cevesin, Van de Blaak

Constructeur: Scheltinga Constructie Advies

 

Foto’s: Loes van Duijvendijk